Wat is bestuurdersaansprakelijkheid?
Bestuurders van een rechtspersoon – zoals een bv, nv, stichting of vereniging – nemen dagelijks beslissingen die impact hebben op de organisatie. Vaak gaat dat goed, maar soms pakt een keuze achteraf toch verkeerd uit. Als dat leidt tot schade voor de organisatie of voor anderen, komt de vraag op: kan een bestuurder daar persoonlijk op worden aangesproken?
In principe is een bestuurder niet persoonlijk aansprakelijk voor de schulden of fouten van de rechtspersoon. Die aansprakelijkheid ligt bij de rechtspersoon zelf. Maar er zijn uitzonderingen. Een bestuurder kan bijvoorbeeld persoonlijk aansprakelijk gesteld worden bij een onbehoorlijke vervulling van zijn of haar taken en de bestuurder:
- een ernstig verwijt kan worden gemaakt;
- in strijd handelt met de zorgvuldigheid die een bestuurder in acht had moeten nemen; of
- bewust een verplichting aangaat waarvan de bestuurder weet dat de rechtspersoon deze niet kan nakomen en geen verhaal biedt.
Dat noemen we bestuurdersaansprakelijkheid: de situatie waarin een bestuurder persoonlijk, met zijn of haar privévermogen, aansprakelijk kan worden gesteld door derden voor schade die is geleden door de rechtspersoon. Of voor schade die de rechtspersoon heeft geleden door toedoen van de bestuurder.
Soorten bestuurdersaansprakelijkheid
Interne bestuurdersaansprakelijkheid
Bij interne bestuurdersaansprakelijkheid stelt de rechtspersoon zelf een (voormalig) bestuurder aansprakelijk voor schade die de rechtspersoon heeft geleden door onbehoorlijk bestuur. In dat geval moet er sprake zijn van een persoonlijk ernstig verwijt.
Daarvan kan bijvoorbeeld sprake zijn als een bestuurder:
- gelden aan de onderneming onttrekt;
- een besluit neemt zonder verplichte goedkeuring van de aandeelhouders; of
- handelt in strijd met het belang van de vennootschap, bijvoorbeeld bij belangenverstrengeling.
Of een bestuurder daadwerkelijk aansprakelijk is, hangt altijd af van de omstandigheden van het geval. Maar als sprake is van onbehoorlijk bestuur en een ernstig verwijt, kan hij persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor de schade die de rechtspersoon daardoor lijdt.
Aansprakelijkheid bij dividenduitkeringen
Na een aandeelhoudersbesluit over dividend moet het bestuur beoordelen of de uitkering verantwoord is. Deze beoordeling wordt de ‘uitkeringstest’ genoemd. Daarbij wordt gekeken of de rechtspersoon – ook ná de uitkering – naar verwachting in staat blijft haar opeisbare schulden te voldoen.
Blijkt achteraf dat dit niet het geval was en had het bestuur dat kunnen of moeten voorzien? Dan kunnen bestuurders persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor het ontstane tekort.
Externe bestuurdersaansprakelijkheid
Bij externe bestuurdersaansprakelijkheid kan een bestuurder persoonlijk aansprakelijk worden gesteld door derden, zoals leveranciers, klanten of schuldeisers. Dit speelt bijvoorbeeld wanneer namens de rechtspersoon een overeenkomst wordt gesloten, terwijl duidelijk was – of had moeten zijn – dat de verplichtingen niet zouden kunnen worden nagekomen en de rechtspersoon geen verhaal zou bieden aan de derde partij.
In zulke gevallen kan de derde partij de bestuurder rechtstreeks aanspreken, buiten de rechtspersoon om.
Aansprakelijkheid bij faillissement
Bij een faillissement kan de curator een bestuurder persoonlijk aansprakelijk stellen als blijkt dat het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld, en dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement.
Als niet is voldaan aan de administratieplicht of de publicatieplicht van de jaarrekening, geldt een wettelijk bewijsvermoeden. Er wordt dan (onweerlegbaar) vermoed dat het bestuur zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld en dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement.
Dit laatste vermoeden is wel weerlegbaar. De bewijslast wordt daarmee omgekeerd: het bestuur moet zelf aantonen dat dit geen belangrijke oorzaak van het faillissement was, in plaats van dat de curator moet aantonen dat dit wel zo was.
Fiscale bestuurdersaansprakelijkheid
Als de vennootschap de vennootschapsbelasting, loonheffingen of premies voor het UWV niet (tijdig) kan betalen, is sprake van betalingsonmacht. Het bestuur is dan verplicht deze betalingsonmacht binnen twee weken na de vervaldatum van de belastingen of premies schriftelijk te melden bij de Belastingdienst.
Wanneer deze melding uitblijft of te laat wordt gedaan, kunnen bestuurders persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor de openstaande schulden. Ook bij een tijdige melding kan aansprakelijkheid volgen, als sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur.
Aansprakelijkheid op basis van een 403-verklaring
Een moedermaatschappij kan ervoor kiezen aansprakelijkheid op zich te nemen voor de schulden van een dochtermaatschappij. Dit gebeurt via een zogenoemde 403-verklaring. In ruil voor deze hoofdelijke aansprakelijkheid van de moedermaatschappij hoeft de dochtermaatschappij geen afzonderlijke jaarrekening te publiceren; haar cijfers worden dan opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van de groep.
De reikwijdte van deze aansprakelijkheid hangt af van de formulering van de verklaring. Als de 403-verklaring te beperkt of onduidelijk is opgesteld, dan geldt de vrijstelling van de publicatieplicht niet. In dat geval had de dochtermaatschappij alsnog een eigen jaarrekening moeten publiceren. Als dat niet is gebeurd, kan dit leiden tot bestuurdersaansprakelijkheid voor het bestuur van de dochtermaatschappij.
Als een bestuurder aansprakelijk wordt gesteld op basis van bestuurdersaansprakelijkheid, maar deze bestuurder ook een rechtspersoon is (bijvoorbeeld een holding), dan is het mogelijk om door te pakken naar de bestuurder daarboven die een natuurlijk persoon is. Hiermee wordt voorkomen dat aansprakelijkheid vermeden kan worden tussen tussenschakeling van rechtspersoon-bestuurders.
Persoonlijke en gezamenlijke aansprakelijkheid
Aansprakelijkheid voor fouten van een medebestuurder
Bestuurders zijn in beginsel gezamenlijk verantwoordelijk voor het beleid en de uitvoering daarvan. Dit betekent dat een bestuurder ook aansprakelijk kan zijn voor fouten van een medebestuurder. De wet gaat daarbij uit van collectieve verantwoordelijkheid, maar een eventuele statutaire taakverdeling kan individuele bestuurders de mogelijkheid geven zich te verdisculperen. Dit hangt af van de omstandigheden van het geval.
Disculpatie: jezelf vrijpleiten van aansprakelijkheid
Onder bepaalde omstandigheden kun je je als bestuurder disculperen – dat wil zeggen aantonen dat het verwijt jou persoonlijk niet treft.
Daarvoor gelden twee voorwaarden:
- De fout was niet jouw verantwoordelijkheid. Bijvoorbeeld omdat het buiten jouw taakgebied viel binnen het bestuur. Een duidelijke en vastgelegde taakverdeling met statutaire basis kan hierbij helpen. Let wel, bepaalde taken zijn voor het gehele bestuur.
- Je hebt actief ingegrepen zodra je van de fout hoorde. Bijvoorbeeld door te waarschuwen, te adviseren, in te grijpen of andere maatregelen te nemen om schade te voorkomen of te beperken.
Disculpatie vereist dus een actieve houding. Ook bij fouten buiten je taakgebied blijf je als bestuurder verplicht om in te grijpen waar nodig. Daarmee toon je aan dat je geen ernstig verwijt treft en dat je niet nalatig bent geweest in het beperken van de gevolgen van eventueel onbehoorlijk bestuur.
Uitzonderingen en aanvullende risico’s
In de praktijk kunnen zich ook andere omstandigheden voordoen waarin aansprakelijkheid van bestuurders een rol speelt. Hieronder lees je enkele belangrijke aanvullingen:
Aansprakelijkheid zonder formele bestuurdersrol
Ook wie niet officieel als bestuurder is benoemd, kan in bepaalde gevallen toch aansprakelijk worden gesteld. Dit geldt bijvoorbeeld voor personen die feitelijk het beleid bepalen of besluiten nemen op de achtergrond. De wet kijkt naar de daadwerkelijke invloed, niet alleen naar de formele functie.
Daarnaast kunnen ook commissarissen aansprakelijk zijn als zij hun toezichthoudende taak onbehoorlijk hebben vervuld. Denk aan het onvoldoende controleren van het bestuur of het niet ingrijpen bij risicovol beleid.
De invloed van decharge op aansprakelijkheid
Bestuurders kunnen van de aandeelhouders decharge krijgen in een aandeelhoudersbesluit. Decharge is een formele goedkeuring van het gevoerde beleid. Dit biedt in beginsel bescherming tegen interne aansprakelijkheid voor handelingen uit de periode waarop de decharge betrekking heeft en waarmee de aandeelhouder bekend is op basis van de jaarrekening of uit aandeelhoudersvergaderingen.
Let op: decharge werkt alleen intern. Bij externe aansprakelijkheid – zoals bij faillissement, fiscale schulden of vorderingen van derden – biedt decharge géén bescherming.
Geen klachtplicht bij bestuurdersaansprakelijkheid
In veel gevallen geldt in het recht een klachtplicht: als er sprake is van een gebrekkige prestatie moet er binnen bekwame tijd worden geprotesteerd. Als dat niet gebeurt, vervallen de bevoegdheden van de schuldeiser.
Voor interne bestuurdersaansprakelijkheid is deze klachtplicht echter niet van toepassing. De Hoge Raad heeft bepaald dat de klachtplicht zoals hiervoor beschreven niet van toepassing is bij interne bestuurdersaansprakelijkheid.
Een opvolgend bestuurder van de rechtspersoon kan dus alsnog een vordering instellen op basis van interne bestuurdersaansprakelijkheid na vertrek van de beklaagde bestuurder, ook als er niet tijdig formeel is geprotesteerd tegen het handelen van de beklaagde bestuurder.
Verjaringstermijn voor bestuurdersaansprakelijkheid
De verjaringstermijn voor een vordering op grond van bestuurdersaansprakelijkheid bedraagt vijf jaar. Deze termijn begint te lopen vanaf het moment dat de benadeelde bekend is met zowel de schade als de verantwoordelijke persoon. Deze verjaring kan wel gestuit worden.
Wat kun je als bestuurder doen om aansprakelijkheid te voorkomen?
Als bestuurder draag je veel verantwoordelijkheid – en in sommige gevallen loop je zelfs in privé risico. Gelukkig kun je zelf veel doen om aansprakelijkheid te voorkomen. Hieronder vind je 9 praktische tips die je helpen om de kans op een aansprakelijkstelling op basis van bestuurdersaansprakelijkheid zo klein mogelijk te houden:
- Zorg voor een goede administratie. Voer een overzichtelijke en volledige boekhouding en deponeer de jaarrekening op tijd bij de Kamer van Koophandel.
- Bereid besluiten goed voor. Documenteer belangrijke keuzes, onderbouw je beleid en vraag bij twijfel extern advies.
- Grijp op tijd in bij risico’s. Zie je dat medebestuurders fouten maken of dat er iets mis dreigt te gaan? Onderneem actie en leg dit vast.
- Sluit geen onhaalbare contracten af. Ga geen verplichtingen aan waarvan je weet (of kunt weten) dat je organisatie ze niet kan nakomen.
- Meld betalingsonmacht tijdig. Kun je belastingen of premies niet (op tijd) betalen? Meld dit binnen 14 dagen bij de Belastingdienst.
- Spreek een duidelijke rolverdeling af. Zorg voor taakverdeling binnen het bestuur op een statutaire, maar houd wel zicht op de algemene taken en op de handelingen van medebestuurders.
- Laat aandeelhouders decharge verlenen. Vraag jaarlijks om decharge middels een aandeelhoudersbesluit om het risico interne aansprakelijkheid te beperken.
- Handel volgens de wet, statuten en afspraken. Ken de (spel)regels van de rechtspersoon en wijk daar niet zomaar van af.
- Sluit een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering af. Een D&O-verzekering dekt juridische kosten en schadeclaims, mocht je toch persoonlijk worden aangesproken.
Pellicaan Advocaten: jouw partner bij bestuurdersaansprakelijkheid
Als je te maken hebt met kwesties rondom bestuurdersaansprakelijkheid, is het belangrijk om te kunnen vertrouwen op de juiste juridische expertise. Pellicaan Advocaten staat naast je met een betrokken, praktische en resultaatgerichte aanpak. Of je nu een bestuurder aansprakelijk wilt stellen of zelf wordt aangesproken door de onderneming of een derde partij: wij helpen je verder.
Wij helpen bij:
- Interne aansprakelijkheid: Het opstellen van, of verweer tegen, een aansprakelijkstelling door de rechtspersoon, bijvoorbeeld bij belangenverstrengeling of het handelen in strijd met de statuten.
- Externe aansprakelijkheid: Het opstellen van, of verweer tegen, een aansprakelijkstelling door of tegen een derde partij. Bijvoorbeeld wanneer je als bestuurder wordt aangesproken vanwege toezeggingen die de onderneming niet kon nakomen, of wanneer jij zelf schade hebt geleden door het handelen van een bestuurder van een andere organisatie.
- Faillissementsaansprakelijkheid: Het voeren van verweer tegen een aansprakelijkstelling door de curator, bijvoorbeeld wanneer wordt gesteld dat het bestuur zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld. Wij kunnen helpen bij het onderbouwen dat er geen sprake was van onbehoorlijk bestuur, of dat dit geen (belangrijke) oorzaak van het faillissement was.
- Dividenduitkeringen en goedkeuring: Juridische begeleiding bij het vastleggen van dividendbesluiten en de verplichte goedkeuring daarvan, zodat je als bestuurder voldoet aan de uitkeringstest en aansprakelijkheid wordt voorkomen.
- Melding betalingsonmacht: Begeleiding bij het tijdig en correct melden van betalingsonmacht aan de Belastingdienst of het UWV, om persoonlijke aansprakelijkheid voor belastingschulden te voorkomen.
- 403-verklaring: Advies en begeleiding bij het opstellen en formuleren van de documenten omtrent een 403-verklaring, zodat de aansprakelijkheidsrisico’s voor de moedermaatschappij goed worden afgewogen en de kans op bestuurdersaansprakelijkheid van het bestuur van de dochtermaatschappij wordt beperkt.
- Disculpatie: Ondersteuning bij het onderbouwen dat jij als bestuurder niet verantwoordelijk bent voor de betreffende fout, bijvoorbeeld vanwege een duidelijke taakverdeling met statutaire grondslag of aantoonbare inspanningen om schade te voorkomen.
Heb je andere vragen over bestuurdersaansprakelijkheid of sta je voor een situatie die hierboven niet genoemd is? Tijdens een vrijblijvend gesprek kijken we graag samen wat er speelt en hoe we je het beste kunnen helpen.
Neem contact op voor een vrijblijvend gesprek
Wil je sparren over jouw positie als bestuurder of heb je een concreet vraagstuk rondom bestuurdersaansprakelijkheid? We denken graag met je mee. Neem contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek – bij jou op locatie of bij ons op kantoor. Ons team staat klaar om je verder te helpen.
Neem contact op